Showdowninstructies voor beginners
Auteur: milton liekwie
EEN GOED BEGIN?
Voorwoord
Dit boekje dient als technische handleiding voor beginnende sporters.
Hiermee wordt een bijdrage geleverd voor een betere waardering voor showdown als volwaardige sport. Dit boekje kan tevens ondersteuning bieden aan activiteitenbegeleiders en leidinggevenden op sportgebied.
Showdown is een eenvoudig te leren sport die geschikt is voor alle leeftijden ongeacht sekse. Het algemeen beeld dat aangepast sporten duur is, gaat voor showdown niet op. Deze specifieke blindensport is relatief goedkoop. Het verplicht dragen van een blindering, waardoor alle sporters even blind worden gemaakt, maakt showdown toegankelijk voor zienden.
De volledige zelfstandigheid van de beoefenaar, die ten grondslag ligt, biedt de visueel gehandicapte een wereld van plezier en openbaring. Het machtige gevoel van vrijheid gaat verder dan een fantastische sportbeleving. Showdown is een sport waar blinden en slechtzienden niet met hun beperking worden geconfronteerd, een sport zoals ieder andere sport waar mensen zich met alle plezier uit kunnen leven.
INHOUD
1. INLEIDING
Het doel van dit boekje is om beginnende sporters wegwijs te maken in de technische aspecten van showdown. Dit moet resulteren in een betere waardering voor showdown als volwaardige wedstrijdsport. Kennis hebben van de technische aspecten voorkomt onbesuisd rammelen op de showdowntafel en draagt bij tot meer speelplezier bij zowel recreanten als bij wedstrijdsporters.
Dit instructieboekje vormt een prima basis om showdown in wedstrijdverband te beoefenen. Immers een goed begin is het halve werk! Aan de hand van schematische weergaven wordt getracht het geheel te verduidelijken. Het kan overigens heel handig zijn om middels een voelbaar plattegrondje (hout of karton) het speelveld na te bootsen. De baan van de bal die deze hoort af te leggen bij de diverse slagtechnieken kan duidelijk gemaakt worden door met de vinger van de sporter de baan van de bal op het nagebootste speelveld na te doen.
Tenslotte zal Een goed begin bijdragen tot een betere imago van de sport.
2. STRATEGIE
Showdown berust in principe op vier pijlers:
Het winnen van een partij hangt van de volgende hoofdzaken af:
Uiteraard spelen concentratie, reactievermogen en reactiesnelheid een belangrijke rol. Door training kan gewerkt worden aan bovengenoemde zaken. Overbodig te vermelden dat de spelregels goed bekend moeten zijn. Hierdoor wordt ook het onnodig weggeven van strafpunten tot een minimum beperkt en is het speelplezier optimaal voor beide partijen.
Controle hebben op het spel betekent ook controle hebben op de bal. Het beheersen van het spel betekent niet alleen de spelregels kennen, maar vooral ook de diverse technieken vloeiend kunnen toepassen.
3. HET MATERIAAL
Een voorwaarde om met plezier op een behoorlijke manier te kunnen sporten is de beschikking over goed materiaal. Het spelmateriaal bestaat uit:
a. de speeltafel
De afmetingen en overige technische eisen zijn in de spelregels omschreven. Er wordt volstaan met het opsommen van enkele aandachtspunten.
b. de bal
de bal bestaat uit hard plastic met een diameter van 6 cm, gevuld met metalen kogeltjes. Er zijn ballen in de omloop die kunnen worden ingedrukt en lichter van gewicht zijn. Deze hebben geen stabiele ligging op het speelvlak en produceren minder geluid. Voor showdown zijn ze niet te gebruiken.
c. het batje (slagplank)
De toegestane afmetingen staan in de spelregels. Het is absoluut geen overbodige luxe om een reserve batje bij de hand te hebben. Er zijn batjes van hout en kunststof in de omloop. Een belangrijk verschil zit in het gewicht en de handgreep tussen de diverse batjes.
d. de blindering
Elke blindering is toegestaan, van ooglap tot afgeplakte skibril mits goedgekeurd door de scheidsrechter. Elk zicht moet namelijk uitgesloten zijn. De betaalbaarheid van een blindering beïnvloedt vaak de keuze. Bij de ooglap zullen de ogen gesloten moeten zijn. De meeste spelers vertonen een actievere speelhouding als de ogen geopend zijn.
e. de handbeschermer
Gezien de grote snelheid en de hardheid van de bal verdient het aanbeveling om over een adequate handbeschermer te beschikken. Gelet moet worden op de bepaling in de spelregels dat een handbeschermer niet handvergrotend mag zijn en niet over de pols mag reiken. De gangbare handbeschermers kunnen in twee groepen verdeeld worden; een met open en een met gesloten vingers. Het kiezen van een handbeschermer hangt van de speelwijze en de voorkeur van het individu af. De functie van een handbeschermer blijft altijd het voorkomen van blessures.
Bij open vingers zijn de vingertoppen bloot. De kans bestaat dat deze tijdens het spel worden opengehaald op het speelvlak. Het dragen van een z.g. zweetbandje beschermt de pols en onderarm tegen de bovenrand tijdens het verdedigen.
4. LICHAAMSHOUDING
De lichaamshouding vormt een essentieel onderdeel van de sportbeoefening en geeft een goede basis voor optimaal resultaat en meer speelplezier. Iedere lichaam stelt specifieke eisen aan de betreffende sporter. Het is van belang om naar het eigen lichaam te (leren) luisteren en de nodige maatregelen te treffen. Er kan onmogelijk een standaardhouding worden voorgeschreven voor iedere sporter.
Het is aan te bevelen om ruim voldoende aandacht te schenken aan de lichaamshouding en deze zeker niet over het hoofd te zien. Slagkracht, reactiesnelheid, wendbaarheid en uithoudingsvermogen komen goed tot hun recht bij een goede lichaamshouding.
Gelet dient te worden op de volgende lichaamsdelen en met name de belasting daarvan: armen, pols, elleboog, rug, schouders, hoofd, nek, benen en heupen. Een diep voorovergebogen houding is af te raden vanwege een grote belasting van de rug. Bovendien is het gevaar groot dat de onderarm van de speelhand in het speelveld komt te liggen. Dit kan dan onnodige strafpunten opleveren.
Een kaarsrechte houding komt de reactiesnelheid en vermogen niet ten goede. Dit kan als een meer passieve speelhouding getypeerd worden. De uitvoering van de diverse slagtechnieken wordt hiermee wat lastiger.
Het verdient absoluut aanbeveling om niet tegen of te dichtbij het doelzakje te staan. Vooral voor mannen kan een doelpunt van de tegenstander letterlijk en figuurlijk een pijnlijke zaak zijn.
Rug en armen
De rug kan ondersteunt worden door met de arm op de bovenrand te rusten. Bij een voorovergebogen speelhouding is het goed om de rug tijdens dode spelmomenten te ontspannen door even recht te gaan staan.
De bovenrand kan tevens als handgreep en oriëntatiepunt dienen. Zorg er wel voor dat de niet-spelende arm of vingers niet in het speelveld komen. Dit levert onnodige strafpunten op.
Er kan gekozen worden voor een flexibele, bewegelijke speelhouding. Hierbij wordt de bovenrand als oriëntatiebalk gebruikt. Er wordt niet met de arm hierop gesteund maar een lichte aanraking is voldoende. Een goed beenwerk is bij deze speelhouding noodzakelijk. Een bewegelijke houding kan voor met name kleinere spelers van belang zijn. Het lichaam kan in een betere positie achter de bal gebracht worden waardoor de diverse slagen beter uitgevoerd kunnen worden.
Benen
Er kan ook gekozen worden voor een statische speelhouding. De stand van de benen zorgen voor een stabiele houding. De benen kunnen naast elkaar geplaatst worden op schouderbreedte van elkaar.
Voor meer slagkracht wordt er met de benen afgezet. De linker- respectievelijk rechtervoet hoeven niet op één lijn te staan. Het been waarmee wordt afgezet staat dan een halve stap naar achteren.
Bij de bewegelijke houding wordt door middel van halve stappen, telkens eerst met het been naar de bal toe die het dichtste bij de bal staat en vervolgens het andere been, het lichaam in een betere positie achter de bal gebracht.
Hoofd en nek
Het hoofd wordt gericht in de richting waar de bal naar toe gespeeld wordt. De bal wordt als het ware nagekeken. Hierdoor kan een betere richtingsgevoel ontwikkeld worden en de slagen met meer overtuiging en precisie worden uitgevoerd. Door de bewegingen van het hoofd worden de spieren van de nek wat meer ontspannen. Het niet alleen volgen van de bal met het gehoor maar ook met het hoofd, vergroot de concentratie op het spel en komt een actievere speelhouding ten goede.
Schouders en heupen
De schouders worden meebewogen bij de uitvoering van de forehandslag. Hierdoor kan de slag met meer kracht en overtuiging uitgevoerd worden.
Bij met name de statische speelhouding kunnen de heupen ervoor zorgen dat de romp zodanig kan worden gekeerd dat een goede positie achter de bal verkregen wordt.
Speelhand
Het batje moet op een zodanige wijze in de hand worden genomen dat de bovenrand van het batje iets naar voren helt (zie schematische weergave). Dit is van belang bij zowel verdediging als aanval. De ballen worden bij het verdedigen beter opgevangen en de kans wordt verkleind dat ze via het batje de tafel uitvliegen hetgeen strafpunten kost. Bij de aanval wordt voorkomen dat de bal uit de tafel wordt geschept.
Zorg ervoor dat het batje niet op het speeloppervlak rust. Gebeurt dit wel dan ontstaat het zogenaamde schrapen, dat niet toegestaan is.
5. VERDEDIGING
Een belangrijk onderdeel is het doelgebied die mede de basis vormt van showdown als volwaardige wedstrijdsport. Het is dan ook goed om er extra aandacht aan te besteden tijdens de training. Zorg ervoor dat het batje nooit in het doelgebied geplaatst wordt. Een natuurlijke reflex is dat bij harde ballen van de tegenstander, het batje naar achteren wordt getrokken. Het gevolg kan zijn dat de bal in het doelgebied gestopt of opgevangen wordt en op die manier een punt kan opleveren voor de tegenpartij. Blijf voor de doellijn verdedigen.
Het verdedigen gebeurt door het batje een halve cirkelvormige beweging te laten beschrijven om het doelgebied heen in de richting van de achterwand. Vervolgens wordt de bal onder controle gebracht door het batje naar de zijwand te verplaatsen. Tenslotte gaat de verdediging over in de aanval.
Deze handelingen hoeven uiteraard niet uitgevoerd te worden als de bal reeds in een goede slagpositie komt aanrollen of als de speler meteen de positie van de bal weet. In deze gevallen wordt meteen de aanval ingezet.
6. AANVAL
Voorkom ongecontroleerde slaande bewegingen. Hierdoor is de kans groot dat over de bal heen gemaaid wordt en de bal ongehinderd zijn weg naar het doel kan vinden.
De bal kan of direct gespeeld of eerst worden gecontroleerd (stilgelegd). Bedenk bij het laatste geval dat de bal binnen drie seconden na ontvangst teruggespeeld moet worden.
Het stilleggen van de bal heeft voor- en nadelen die elke speler afzonderlijk zal afwegen wat hem of haar het beste uitkomt (tactiek). Nadelen kunnen zijn:
Voordelen kunnen zijn:
Er kunnen twee slagtechnieken worden onderscheiden n.l.:
Hieronder beschrijven we een aantal slagen die zowel met de back-hand- als met de fore-handslag uitgevoerd kunnen worden. Door middel van de schematische weergaven wordt het een en ander verduidelijkt.
De diverse slagen zijn:
Verder noemen we nog de effectballen en de zweefballen die hier niet besproken worden. Een combinatie van slagen kunnen in een aanval uitgevoerd worden. Door training kunnen de diverse slagen beheerst worden en ook vloeiend worden uitgevoerd.
Aparte vermelding verdient het serveren. Een goede service is belangrijk voor een sterke opening of hervatting van de wedstrijd.Het serveren kan met zowel de back-hand als met de fore-hand uitgevoerd worden. Een simpele variatie in het serveren kan bereikt worden door de bal telkens vanaf een andere positie te nemen. Een andere variatie is door de bal afwisselend naar de linker- respectievelijk rechterzijwand te spelen.
Zijaanzicht
stand van het batje, zwevend en naar voren hellend
Bovenaanzicht
Verdediging
Bovenaanzicht
Directe bal
Bovenaanzicht
Diagonale bal
Bovenaanzicht
Indirecte bal
Bovenaanzicht
Zigzagbal
Bovenaanzicht
Kantbal
Hieronder een schematische weergave van een service die overeenkomt met de zigzagbal. Deze kan uiteraard zowel over rechts als over links gespeeld worden. Tevens kan deze slag met de backhand- als met de forehand gespeeld worden.
Bovenaanzicht
Service-zigzag
Hieronder een schematische weergave van een service die overeenkomt met de diagonalebal. Deze kan uiteraard zowel over rechts als over links gespeeld worden. De bal wordt rechts, respectievelijk links, van het doelgebied geplaatst en de service wordt vervolgens met de backhand uitgevoerd.
Bovenaanzicht
Service-diagonaal
Voor de meer geoefende speler is de service-direct. De bal wordt vanuit dezelfde positie gespeeld als bij de service-diagonaal. De bal raakt de zijwand net voor de tussenplank. Dit is tevens het riskante gedeelte van deze service omdat het gevaar groot is dat de bal rechtstreeks naar de andere speelhelft geslagen wordt waardoor een verkeerde service ontstaat.